De 4e Industriële Revolutie en de roep om aanstekelijk werkgeverschap

 

Dit jaar, 2020, zullen allerlei sectoren wéér een recordjaar boeken, met wéér meer omzet, en wéér meer klanten, met wéér meer winst, en wéér meer medewerkers. In vaste dienst, natuurlijk, want de krapte op de arbeidsmarkt is nijpend, gigantisch nijpend. Bijna 22% van de werkgevers heeft een belemmerend gebrek aan arbeidskrachten. Dus als je iemand vindt die bij je vacature past, al is ’t maar nèt en had je die kandidaat twee jaar geleden waarschijnlijk niet eens uitgenodigd voor een gesprek, áls je zo iemand vindt, dan geef je die, als je er zo over nadenkt niet heel erg geschikte kandidaat, direct een vast contract. En waar de economie met 1,7 procent groeide, groeide het aantal werkenden met een vast arbeidscontract dus met liefst 3,7 procent. Zo’n sterke groei van de vaste contracten was er deze eeuw nog niet geweest. Beter íemand en profiteren van de groeiende vraag naar je product, dan een openstaande vacature en stagnerende business. Maar! Intussen worden de signalen van economische groeivertraging sterker en sterker, na ruim 6 jaren van aansprekende vooruitgang. Een krappe arbeidsmarkt en een voorsorterende economische stagnatie (of zelfs krimp), dat is al de vierde keer dat dat deze eeuw gebeurt. Dus niet heel bijzonder, maar toch overwegend weer verrassend.

 

Tegelijk ontvouwt zich de totaal nieuwe wereld van de 4e Industriële Revolutie. Die 4e Industriële Revolutie stuurt allerlei ontwrichtende golven op ons af. Deze bijvoorbeeld.

Op dit moment zitten er nog vier Europese landen in de mondiale top 10 van economieën: op de nummers 4, 5 en 6 zijn dat Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk, en op nummer 8 Italië. Verderop in de mondiale top 20 vinden we ook nog Spanje én het kleine Nederland en het nóg kleinere Zwitserland. Standard Chartered, een bankengroep met het hoofdkantoor in Engeland, maar vooral actief in het Verre Oosten en Afrika, presenteerde een spannend rapport. Daarin voorspelt het de mondiale top 10 economieën van 2030. Dus de grootste economieën over 10 jaar. Niet verrassend, maar toch totaal onthutsend. Want dit zijn de namen: China, India, de VS, Indonesië, Turkije, Brazilië, Egypte, Rusland, Japan en – nog nét op de tiende plaats – Duitsland. De twee motoren achter deze economische (en wellicht vooral mentale) disruptie: bevolkingsgroei en productiviteitsgroei. Drie keer raden hoe het met die twee motoren in Europa gaat. Tot 2025 krimpt – jazeker! – de potentiële Europese beroepsbevolking dankzij de nu naar de hoogste versnelling schakelende vergrijzing met 3%. De stagnatie van onze productiviteit houdt ons al sinds het begin van deze eeuw verwonderd bezig. Werkgevers hebben te dealen met die bevolkingskrimp, en zijn minimaal gedeeltelijk verantwoordelijk voor die productiviteitsstagnatie. De hoogste tijd dus om te werken aan een scherpe, eerlijke analyse; een nieuwe, aanstekelijke en gedeelde visie; en aan onmisbare oplossingen. Gebaseerd op openheid en creatief out of the box denken, empathie en inclusiviteit, ambitie en lef. Van werkgevers, en ook van overheden, vakbonden, opleiders, politieke partijen, de bevolking. Waar gaan we voor, in Europa? Wat moeten we daarvoor gaan doen, en gaan laten? Er is meer nodig, veel meer, dan een multigeneratiesbeleid, energietransitie, een immigratiebeleid, het rechttrekken van de ongelijkheid, aangepaste arbeidswetgeving. We hebben behoefte, vóór alles, aan aanstekelijk werkgeverschap, met energieke, werkgelukkige werkers als resultaat.

 

Hoe dan kunnen werkgevers bijdragen aan Europa 4.0? Vorige jaar vierde de ILO (International Labour Organization) haar 100-jarige verjaardag – over vergrijzing gesproken. Om dat feestje kracht bij te zetten, vroeg het orgaan een commissie met overheden, vakbonden en werkgevers om advies uit te brengen over de toekomst van werk. Het is een zeer lezenswaardig advies geworden met de klinkende titel Work for a brighter future. Het rapport schetst de enorme uitdagingen van de veranderende wereld van werk en komt tot tien overzichtelijke aanbevelingen. De belangrijkste drie, in mijn woorden: van werknemersverzekeringen naar werkersverzekeringen; naar leerplicht tot pensionering; en naar verplicht aanstekelijk werkgeverschap. Wordt vervolgd.

Share

Deze website maakt gebruik van cookies om u een zo goed mogelijke gebruikerservaring te geven.
Ga hiermee akkoord door op accepteren te klikken.